Een goede groove valt of staat met je dominant-septiemakkoorden. En geen enkel akkoord kom je in E-blues en folk zo vaak tegen als B7. Toch klinkt het bij veel gitaristen dof of rommelig: snaren die niet goed doorklinken, een zesde snaar die bromt, vingers die verkrampen. Met de juiste vingerlogica, micro-oefeningen en een paar slimme voicing-alternatieven maak je van een struikelblok een plezierakkoord.

Waarom juist dit akkoord zo vaak terugkomt
In de toonsoorten E-majeur en E-mineur fungeert het B-septiemakkoord als dominante (V7). Dat betekent: spanning, richting, en een natuurlijke drang om terug te keren naar E. In een 12-matenblues in E is het je V-akkoord. In folk wissel je het moeiteloos af met E, A en D. Het is dus geen geïsoleerde vingeroefening; het is een bouwsteen van talloze liedjes, turnarounds en afsluitingen.
Zo’n akkoord is niet alleen theorie. Je hoort het als de zanger net wat meer druk wil, als de band “terug” wil vallen naar E, of wanneer een lick een muzikale komma nodig heeft. Zet je ritme strak, dan voelt het als thuiskomen wanneer je terugschakelt naar E of E7.
De open greep, stap voor stap (en waarom de volgorde telt)
Veel beginners leggen alle vingers tegelijk. Dat werkt prima als je motoriek getraind is, maar voor een snelle verbetering is volgorde goud waard. Probeer dit:
- Zet je middelvinger op de 2e fret van de A-snaar (toon B – de bas van het akkoord).
- Plaats je wijsvinger op de 1e fret van de D-snaar (D#). Laat de top van je vinger staan als een “bruggetje”.
- Zet je ringvinger op de 2e fret van de G-snaar (A – de kleine septiem).
- Plaats je pink op de 2e fret van de hoge e-snaar (F#).
- Laat de B-snaar open klingelen. Dempt de lage E-snaar met de top van je middelvinger of met je rechterhandpalm.
Waarom deze volgorde? Je middelpunt (de bas op de A-snaar) bepaalt meteen je klankfundament en handhoek. Daarna bouw je vanaf het midden (D en G) naar buiten (hoge e) zodat je vingers elkaar niet in de weg zitten.
Klinkcontrole in 30 seconden
Strum het akkoord nog niet. Tik elke snaar één voor één aan, van A naar hoge e. Hoor je een doffe tik? Dan raakt een vinger een buur snaar. Buig elke vingerkootje iets meer en controleer opnieuw. Pas als alle vijf klankbronnen helder zijn, strum je het akkoord met een zachte neerwaartse slag.
Hand- en polshouding die werkt in de praktijk
- Duimpositie: iets boven het midden van de hals, niet over de rand. Zo houd je ruimte om je pink rond te laten.
- Pols: laat licht zakken. Een rechte pols dwingt platte vingers; een klein “hangtje” maakt je vingertoppen ronder.
- Vingerdruk: duw niet harder dan nodig. Als de toon zuiver klinkt, is extra kracht verspilling en zorgt het voor vermoeidheid.
- Dempen van de 6e snaar: raak met de top of zijkant van je middelvinger de lage E net genoeg aan om een dof geluid te krijgen, geen toon.
Veelgemaakte fouten (en snelle fixes)
- Open B-snaar klinkt niet: vaak duwt de ringvinger de B-snaar licht aan. Draai de ringvinger een fractie naar rechts, zodat je op het vingertopje staat.
- Brom op de hoge e: de pink zakt in. Til je pols 5 mm omlaag en schuif de pink dichter bij de fret.
- Lage E klinkt mee: demping vergeten. Train 10x een “mute-puls”: sla eerst alleen de 6e snaar aan en demp meteen met je middelvinger, daarna pas het hele akkoord.
- Verkramping: micro-pauzes. Tel: neer (1), op (2), neer (3), adem (4) zonder te knijpen, en herhaal.
- Vingers raken snaren schuin: draai je gitaar iets naar je gezicht, alsof je de toets wil “kijken”. Je vingertoppen landen dan vanzelf verticaler.
- Onzuivere intonatie: ga zo dicht mogelijk bij de fret liggen, niet er bovenop. Minder druk, meer zuiverheid.
Van stilstaand naar muziek: ritme dat het akkoord laat ademen
Een akkoord staat of valt met feel. Probeer drie patronen:
- Shuffle strum (blues): neer – rust – neer-op – rust – neer – rust – neer-op – rust. Laat de “op” iets te laat vallen voor swing.
- Folk-achtige slag: neer – neer-op – op – neer-op. Houd de slag licht en veerkrachtig, geen betonhamer.
- Arpeggio (fingerstyle): duim op A, daarna G–B–e–B–G. Klein en gelijkmatig, alsof je een klok laat tikken.
Overgangen die je in echte songs nodig hebt
Je hoort de meeste winst in de wissel naar en van E (of E7) en A (of A7). Oefen doelgericht:
- E naar B7: laat je wijsvinger als eerste naar D1 zakken, terwijl je middelvinger alvast boven A2 hangt. Denk “D1 klaar, A2 landt, G2 en e2 volgen”.
- Em naar B7: de open G en e voelen vergelijkbaar aan. Plaats ringvinger en pink tegelijk, dan wijs- en middelvinger.
- A7 naar B7: verplaats je ringvinger diagonaal van B2 naar G2 en zet de pink eronder op e2; de rest van de hand volgt.
Werk in “freeze frames”: zet twee vingers neer, bevries één tel, zet de andere twee, bevries, strum. Je leert zo prioriteiten leggen in plaats van te mikken op vier vingers tegelijk.
Alternatieve greepvormen voor dynamiek en helderheid
De open greep is niet de enige optie. Afhankelijk van tempo, stijl en bandmix kunnen andere voicings beter werken. Enkele bruikbare varianten:
| Voicing | Positie | Klinkt als | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Open basisgreep | 0–2–1–2–0–x (A–D–G–B–e–E) | Rijk, licht gruizig | Blues/folk, zanger begeleiden, lage bas |
| E7‑vorm met barré | 7e positie (wortel op lage E) | Strak, “band‑proof” | Strakke pop/rock, bij drummer/bassist |
| A7‑vorm met mini‑barré | 2e positie (wortel op A) | Compact, middentonen | Snelle wissels, ritme op hogere bpm |
| 4-snarige triad‑plus‑7 | Op D–G–B–e rond 4e–6e fret | Helder, snijdt door mix | Fingerstyle, tweede gitaarlaag |
Laat je niet afschrikken door barrés. Begin met “halve barré” op de bovenste twee of drie snaren; oefen 10 seconden, ontspan 10 seconden, en herhaal. Je conditie bouwt sneller op dan je denkt.
Een mini‑oefenplan voor een week (10–15 min per dag)
- Dag 1 – Plaatsing en klankcheck: 5 minuten string‑by‑string testen, 5 minuten trage arpeggio’s. Neem jezelf op met je telefoon.
- Dag 2 – Demping 6e snaar: 2 minuten mute‑puls, 8 minuten wissels E ↔ B7 op 50 bpm met metronoom.
- Dag 3 – Ritme: shuffle‑strum 5 minuten, folk‑slag 5 minuten. Focus op ontspannen pols.
- Dag 4 – Overgangen: Em ↔ B7 en A7 ↔ B7, telkens 4 maten op 60 bpm. Doelen: geen stilte tussen akkoorden, basnoot altijd raak.
- Dag 5 – Alternatieve voicing: leer de E7‑vorm op de 7e positie. 10 minuten langzaam, daarna 2 minuten wissel met open greep.
- Dag 6 – Toepassing songvorm: 12‑matenblues in E. Speel 10 rondes op 70 bpm, houd elke maat strak.
- Dag 7 – Record & review: neem twee takes op (open greep en barré). Luister terug en noteer 2 verbeterpunten voor de volgende week.
Zo bouw je muzikale spanningsboog met dit akkoord
Probeer een eenvoudige 12‑matenblues in E: vier maten E (of E7), twee maten A (of A7), twee maten E, een maat van het dominante akkoord, een maat A, en terug naar E of een turnaround. Het dominante akkoord is hier de motor van de spanningsboog. Maak de laatste maat iets zachter en de terugkeer naar E net luider: je krijgt vanzelf publiek dat instemmend knikt.
Geavanceerd: kleurtonen en micro‑varianten zonder nieuwe vormen te leren
- Toegevoegde 9: wissel kort de open hoge e in voor de 2e fret op de e‑snaar en pak eventueel de 2e fret op de B‑snaar mee voor een extra glans. Houd het subtiel: tel 4–&–(9)–1.
- Bas‑walk: A2 → A1 → open A als doorloop vóór je akkoordslag. Klinkt meteen als echte blues.
- Rake‑attack: strijk met je plectrum van D naar e in een snelle veeg, demp meteen. Creëert bite zonder harder te spelen.
Snelle troubleshooting‑checklist vóór optreden of opname
- Doorklink: alle vijf bruikle snaren helder? Ja → ga verder. Nee → vingerhoeken checken.
- Gewenste bas: A‑snaar duidelijk hoorbaar, 6e snaar stil? Zo niet → dempstrategie bijstellen.
- Ritme: metronoom op 72 bpm, acht maten steady zonder versnellen? Zo niet → kleiner slag‑gebaar maken.
- Overgangen: teltellen 1–2–3–4, en wissel exact op 1. Zet zo nodig even een “lucht‑tel” in.
Video en luistermoment
Even pauze? Kijk kort, luister kritisch naar je timing en probeer de shuffle‑feel mee te tikken. Je hoeft geen hele tutorial te zien; 30 seconden ritmisch meeluisteren is vaak genoeg om je slag te resetten.
Veelgestelde vragen
Mag ik de lage E soms wel laten klinken?
In een grote band of bij stevige rock kan een kort meegepakte lage E een ruigere klank geven (technisch gezien voeg je een 11 toe). Voor traditionele blues en folk is muten meestal muzikaler. Maak er een bewuste keuze van, geen ongelukje.
Mijn pink is te zwak voor de hoge e op 2e fret. Tips?
Oefen 60 seconden “pink‑boogjes”: til de pink 3 mm op en zet hem terug, heel traag, zonder de andere vingers te verplaatsen. Liever 10 nette herhalingen dan 50 rommelige.
Ik heb moeite met barré‑varianten. Hoe bouw ik dat op?
Begin met een halve barré op de bovenste twee snaren. Zet een timer op 20 seconden aan, 20 seconden uit. Na 5 cycli voel je minder spanning. Verplaats daarna dezelfde vorm één fret hoger en lager om je handpositie aan te passen.
Waar past een enkele, duidelijke link?
In schema’s en lesmateriaal kom je de akkoordnaam vrijwel altijd tegen als B7. Onthoud vooral de functie: het is de dominante die spanning maakt en naar E trekt. Alles wat je hiervoor hebt geoefend – plaatsing, demping, voicings en ritme – dient dat ene muzikale doel: richting geven.
Concreet vertrekpunt voor de komende 10 minuten
- Leg de open greep neer, check elke snaar afzonderlijk, fix wat dof klinkt.
- Speel vier maten shuffle, wissel naar E, terug, en herhaal.
- Nee, niet harder knijpen – slanker bewegen. Neem 20 seconden op en luister of je bas schoon en constant is.
Als dat staat, voelt het dominante akkoord niet langer als “lastige vingerkunst”, maar als een stuurknop voor je groove. Zet je metronoom aan, adem uit, en laat de spanning werken.